Logo Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis.
Topbalk beeld rechts.
Topbalk beeld midden.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

PiMS folder informatie logo

Chirurgie
Coloncare

Endeldarm operatie

Endeldarm operatie

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

Uw behandelend arts heeft een kwaadaardige afwijking aan de endeldarm bij u geconstateerd. Hier vind u informatie over operaties en behandelmogelijkheden.


Functie en ligging van de endeldarm

De endeldarm is het laatste deel van onze dikke darm en heeft een verzamelfunctie voor de darminhoud, die als ontlasting het lichaam verlaat. Vulling van de endeldarm voelt u als aandrang om ontlasting te produceren (defaecatie). Houdt u de ontlasting op dan stuwt deze terug in het daarvoor liggende deel van de dikke darm. In normale omstandigheden bevat de endeldarm dus weinig tot geen ontlasting behalve vlak voor de stoelgang.

Hoe ontstaat endeldarmkanker (rectumcarcinoom)?

De precieze oorzaak is onbekend. Aangezien deze aandoening in de Westerse landen vaker voorkomt, vermoedt men dat omgevingsfactoren (bijvoorbeeld voeding) een rol kunnen spelen. Erfelijke factoren kunnen ook een rol spelen. Feit is dat de aandoening ontstaat vanuit een goedaardig slijmvliesgezwel (poliep / adenoom). Naarmate een poliep groter wordt neemt de kans op een kwaadaardige ontwikkeling toe. Kleine poliepen zijn meestal goedaardig en gemakkelijk endoscopisch (met een flexibele kijkbuis) te verwijderen.

Wat zijn de klachten en verschijnselen?

Van een kleine poliep, merk je niets. Naarmate deze groter wordt kan een toename van slijmproductie aanleiding zijn tot een slijmerige bijmenging in de ontlasting. Als de poliep groter wordt kan het slijmvlies gemakkelijk door de passerende ontlasting worden afgeschuurd, wat gepaard gaat met enig bloedverlies. Bloed in de ontlasting is een verschijnsel waarvoor u in alle gevallen naar een arts moet. Nadruppelen van bloed na de stoelgang, waarbij bloed op de ontlasting of op het toiletpapier zit, kan op aambeien duiden. Zowel poliepen als aambeien kunnen tegelijkertijd voorkomen. Er vindt een inwendig onderzoek plaats om vast te stellen dat het daadwerkelijk om aambeien gaat.
Een poliep in de endeldarm kan de volgende klachten geven:
  • gevoel van loze aandrang;
  • toename van de frequentie van ontlasting;
  • dunner worden van de ontlasting (potloodontlasting);
  • klachten van verstopping (obstipatie);
  • pijnklachten in het zitvlak.
Algemene symptomen kunnen zijn: algeheel onwel bevinden, gewichtsafname, vage onderbuik klachten.

Waarom een endeldarm operatie?

Bij u is een kwaadaardig gezwel aan de endeldarm vastgesteld. Een operatie is een van de mogelijkheden. Vaak wordt het gezwel voorafgaand aan de operatie eerst nog bestraald, soms wordt gekozen voor een combinatie met chemotherapie. In sommige gevallen volgt er na de operatie ook nog een behandeling met chemotherapie.

Diagnose

De diagnose kan worden gesteld aan de hand van één of meerdere van de volgende onderzoeken:
  • Lichamelijk en inwendig onderzoek: naast het beluisteren en het bevoelen van de buik, verricht de arts ook een inwendig onderzoek via de anus, waarbij een eventueel gezwel in de endeldarm kan worden gevoeld;
  • Coloscopie: met een flexibele kijkbuis bekijkt de arts de gehele dikke darm. Hierbij worden weefselmonsters (biopten) genomen voor onderzoek. Als de volledige darm niet bekeken kan worden middels de scoop dan volgt er een CT colonografie. Hierbij wordt het overige deel van de darm bekeken met behulp van foto’s;
  • Coloninloop foto: via de anus wordt contrastvloeistof ingebracht zodat de dikke darm wordt afgebeeld op röntgenfoto’s;
  • CT-scan: met behulp van een computer worden in serie gemaakte röntgenfoto’s bewerkt tot een speciaal beeld om te beoordelen of het gezwel verbonden is met andere organen;
  • Echo: een eenvoudig onderzoek, waarbij gebruik gemaakt wordt van geluidsgolven, waarmee beeldvormend onderzoek wordt verricht.
  • Magnetische Resonantie Imaging (MRI) is een methode om doorsnede foto’s te maken van het menselijk lichaam. In een aantal gevallen kan een MRI onderzoek meer informatie opleveren dan röntgenfoto’s.
De uitslagen van de onderzoeken bespreekt de arts in een multidisciplinair overleg. Aan dit overleg nemen ook collega’s deel uit de Daniel den Hoed kliniek en het Zeeuws Radio Therapeutisch Instituut (ZRTI). Gezamenlijk besluiten zij hoe uw behandeltraject eruit gaat zien.

Voorbereiding op de operatie

U bent doorverwezen naar een spreekuur van de chirurg en coloncare verpleegkundige. De coloncare verpleegkundige neemt de anamnese af en komt daarna met de chirurg bij u terug. De chirurg bespreekt met u de uitslagen van de onderzoeken en stelt het behandeltraject voor. In sommige gevallen zijn nog enkele aanvullende onderzoeken nodig of moet u een voorbehandeling ondergaan. Als er in overleg met u besloten wordt tot een operatie dan krijgt u een aantal vervolgafspraken. Ter voorbereiding op de operatie gaat u naar en het preoperatief spreekuur. U krijgt daar informatie over de anesthesie, deze informatie staat beschreven in “Preoperatieve Screening en Anesthesie” die u reeds in uw bezit heeft. Tijdens het spreekuur heeft u ook een afspraak met de coloncare verpleegkundige. Zij bereidt u voor op de operatie en geeft u eventueel een vervolgafspraak om de voorkeursplaats van een (eventuele) stoma te kunnen bepalen. Vaak wordt voor de operatie de endeldarm leeggemaakt. Dat kan met een endeldarmspoeling (klysma) al dan niet met laxeermiddelen. Krijgt u een laparoscopische (kijk-) operatie dan moet de darm volledig “leeg” zijn. Dit gebeurt met moviprep. Is dat het geval dan krijgt u daar meer informatie over. Als er een verstopping is, kan dit leegmaken van de darm niet plaatsvinden en spreekt de arts een ander beleid af.

De operatie

Voor de behandeling van endeldarmkanker zijn er verschillende soorten operaties mogelijk, namelijk:

Operatie anterioresectie/ low anterioresectie (hoog of laag rectaal)

Bij de operatie wordt het deel van de endeldarm waarin het gezwel zit zo ruim mogelijk weggenomen. Afhankelijk van de mogelijkheden zal men altijd proberen de uiteinden van de darm weer met elkaar te verbinden (anastomose). Soms is het uit veiligheidsoogpunt nodig een tijdelijke stoma aan te leggen (meestal rechterkant van de buik) om de anastomose te laten genezen zonder dat er darminhoud langskomt. Zo'n tijdelijk stoma wordt in de regel na 2-3 maanden weer opgeheven. Daar is dus een tweede, minder grote operatie voor nodig.
In sommige situaties is het nodig een blijvende stoma te plaatsen. Dit is het geval als het gezwel dicht bij de anus is gelegen en er risico bestaat op incontinentie (niet kunnen ophouden van ontlasting).

Operatie rectumextirpatie (totaal rectum)

Als de endeldarm en de anus moeten worden weggenomen dan spreekt men van een rectumextripatie. Bij een rectumextripatie is het onvermijdelijk dat er een blijvende stoma (meestal linkerkant van de buik) wordt aangelegd. U krijgt hierover informatie van de coloncare verpleegkundige.

Na de operatie

Direct na de operatie bent u door een aantal slangen verbonden met apparaten. Dat kunnen zijn:
  • één of twee infusen voor vocht, voeding en/of medicatie;
  • een dun slangetje in uw rug voor pijnbestrijding (meer informatie kunt u lezen in “Preoperatieve Screening en Anesthesie”);
  • een slang (sonde) door uw neus, die via de slokdarm in de maag ligt en ervoor zorgt dat het overtollige maagsap wordt afgezogen;
  • een drain in uw buik voor afvoer van eventueel bloed en inwendig wondvocht;
  • een blaaskatheter voor afloop van urine.
Al naar gelang uw herstel na de operatie worden al deze hulpmiddelen verwijderd.
Op de dag van de operatie gaat het drinken geleidelijk aan beter en gaat u via vloeibare voeding weer op vaste voeding over. Daar is geen vast schema voor.

Na de behandeling

De uitslag van het microscopisch onderzoek van het verwijderde darmweefsel is na een dag of zeven bekend en wordt met u besproken tijdens het eerste polibezoek. De uitslag van het weefselonderzoek zegt iets over de aard van de aandoening en de uitgebreidheid ervan. Het houdt niet in dat aan de hand daarvan uw vooruitzichten precies kunnen worden voorspeld. De bevindingen worden besproken in een multidisciplinair overleg, hierbij zijn diverse artsen en verpleegkundigen betrokken. Eventueel kan een chemotherapie worden geadviseerd. Hierover ontvangt u in het ziekenhuis of poliklinisch uitvoerig informatie.

Mogelijke complicaties

Geen enkele operatie is zonder risico’s. Zo is er ook bij een operatie aan de endeldarm de normale kans op complicaties aanwezig, zoals trombose, longontsteking, nabloeding of wondinfectie.
De belangrijkste complicaties na een endeldarmoperatie zijn:
  • het traag op gang komen van de darmen, waardoor u door ophoping van maagsappen erg misselijk kunt worden en een maagsonde (slangetje wat door de neus tot in de maag wordt gebracht) nodig kan zijn om de opgehoopte maagsappen af te voeren;
  • een lekkage van de darmnaad (de anastomose). Vaak moet in geval van zo’n ernstige complicatie een nieuwe operatie volgen, waarbij de anastomose wordt losgemaakt en een stoma wordt aangelegd;
  • bij mannen die een uitgebreide endeldarmoperatie of voorbehandeling (bijvoorbeeld radiotherapie) hebben ondergaan, treedt soms impotentie op. Soms is het niet te vermijden dat bij dit soort operaties de zenuwen naar de geslachtsdelen en blaas worden beschadigd. Ook kan als gevolg van enige zenuwschade incontinentie van urine (ophouden van urine) optreden. Dergelijke stoornissen op dit gebied zijn ook wel eens van tijdelijke aard.

Voeding

Bij terugkomst van de uitslaapkamer krijgt u een glas water. Misselijkheid is de enige reden om niet te drinken. Hoewel op het einde van de operatie uit voorzorg een middel tegen misselijkheid wordt gegeven, kan misselijkheid niet altijd worden voorkomen. Vooral de grootte van de operatie en de reactie van het lichaam hierop, bepalen of u misselijk wordt. Het is belangrijk om na de operatie eventuele misselijkheid goed aan te geven bij de verpleegkundigen zodat zij u tijdig medicatie kunnen geven. Als u niet misselijk bent na de operatie, probeer dan de rest van de dag minstens een halve liter te drinken. Op de dag van de operatie drinkt u alleen water. De eerste dag na de operatie krijgt u ‘s ochtends vloeibaar eten. U voelt zelf of u in staat bent te eten. Als u niet misselijk bent, krijgt u ‘s middags de eerste normale maaltijd. Zodra het drinken goed gaat, wordt het infuus verwijderd.

Beweging

Bewegen is niet alleen belangrijk om trombose te voorkomen, maar ook om verlies van spierkracht tegen te gaan. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat wanneer u rechtop zit, de ademhaling beter is. Luchtweginfecties komen daardoor minder voor en de zuurstofvoorziening naar de wond is beter, wat gunstig is voor de genezing. Na de operatie wordt zo snel mogelijk gestart met bewegen, onder begeleiding van een fysiotherapeut en/of verpleegkundige. De dag van de operatie probeert u in een stoel of op de rand van het bed te zitten. De fysiotherapeut of verpleegkundige begeleidt u de eerste keer dat u uit bed gaat. Dit is normaal gesproken de eerste dag na de operatie. Zij kunnen dan in de gaten houden hoe het met u gaat. Indien gewenst geeft de fysiotherapeut u tips voor uw houding en ademhaling. De dagen na de operatiedag probeert u steeds langer en vaker uit bed te zijn en een wandeling te maken over de afdeling. Wanneer u niet in staat bent uit bed te komen, probeer dan zoveel mogelijk rechtop in bed te zitten.

Pijnbestrijding

Naast de epidurale pijnbestrijding of PCA pomp (pijnpomp) krijgt u ook tabletten (paracetamol) tegen de pijn. Het is belangrijk deze pijnstillers in te nemen, ook als u geen pijn heeft (bijvoorbeeld als u in bed ligt). De inname van de pijnstillers zorgt ervoor dat u bij druk op de buik of inspanning (bijvoorbeeld bij het uit bed komen) minder tot geen pijn heeft. Een goede pijnbestrijding is van groot belang voor een snel herstel. In “Preoperatieve Screening en Anesthesie” kunt u meer lezen over pijnbestrijding.

Volgende dagen

De volgende dagen zult u steeds mobieler worden en het eten zal ook beter gaan. Als alles goed verloopt kunt u in het algemeen binnen 5-10 dagen na de operatie het ziekenhuis verlaten. Het gaat hierbij om de volgende punten:
  • u voelt zich goed en bent in staat om naar huis te gaan;
  • u heeft ontlasting gehad;
  • u verdraagt normaal eten en drinken;
  • u heeft goede pijnstilling;
  • de wond ziet er goed uit.
U kunt een eventueel aangelegd stoma zelf verzorgen. Als u een stoma heeft gekregen, zal de opnameduur mogelijk langer zijn.

Nazorg

In principe heeft u, als u voor de operatie zelfstandig functioneerde, na de operatie geen extra thuiszorg nodig. Wel is het prettig als u de eerste twee weken hulp kunt krijgen van familie of bekenden bij het huishouden. Wij adviseren u zware arbeid te vermijden en enige rust in acht te nemen. Realiseer u dat u nog herstellende bent.
Heeft u een stoma dan adviseren wij de thuiszorg in te schakelen zodat zij u verder begeleiden bij de stomaverzorging.

Wat krijgt u mee naar huis?

  • uitslag van het weefselonderzoek is over het algemeen na twee weken bekend. U krijgt de uitslag van uw chirurg tijdens uw bezoek aan de poli;
  • eventueel een recept voor medicijnen en verbandmiddelen;
  • eventueel stoma materiaal;
  • controle afspraak bij de chirurg of coloncare verpleegkundige.

Wat kunt u zelf doen?

U herstelt het beste en voelt zich sneller beter als u probeert actief mee te werken en de instructie van de artsen en verpleegkundigen zo goed mogelijk opvolgt.

Leefregels

Als u weer thuis bent, is het belangrijk dat u zich zo goed mogelijk aan de volgende leefregels houdt:
  • algemeen: het is raadzaam om de temperatuur op te nemen als u zich koortsig voelt. Geringe temperatuurverhoging tot 38,5º C is een normale reactie na een operatie;
  • douchen/baden: u mag kort douchen, vanaf de tweede dag na de operatie, ook met hechtpleisters. Baden en zwemmen mag na twee weken, als de wond dicht is;
  • lichamelijke activiteiten: het is raadzaam om de eerste zes weken geen zware werkzaamheden te verrichten of zwaar te tillen. Vermijd de eerste zes weken contactsporten en sporten die veel lichamelijke inspanning vergen. Doe de eerste weken rustig aan met fietsen en autorijden. U mag maximaal één uur aaneengesloten fietsen of autorijden;
  • medicijnen: pijn verdwijnt meestal binnen enkele dagen. Een milde pijnstiller als paracetamol kan goed helpen. Neem geen andere pijnstillers in dan paracetamol, maar overleg altijd eerst met uw huisarts;
  • seksualiteit: geen beperkingen;
  • voeding: gebruik een gezonde, gevarieerde en vezelrijke voeding. Vezels zitten vooral in volkoren- en graanproducten, fruit en groente. Drink minstens anderhalf tot twee liter per dag;
  • werken: afhankelijk van de operatie en de nabehandeling, kunt u in overleg met de arts weer beginnen met werken. Dit is afhankelijk van het soort werk dat u verricht en uw lichamelijke conditie;
  • wondverzorging: een nieuw verband is alleen nodig indien de wond nog doorlekt. U mag de hechtpleisters na 5 dagen zelf verwijderen.

Belangrijk

Neem contact op met uw huisarts als uw toestand thuis achteruit gaat, bijvoorbeeld:
  • door erge buikpijn;
  • door niet kunnen eten of drinken;
  • bij braken;
  • bij hevige rugpijn;
  • als u geen ontlasting meer krijgt;
  • of bij aanhoudende diarree (meer dan 5 dagen).

Bericht van verhindering

Het is belangrijk dat u op tijd aanwezig bent. Als u op het afgesproken tijdstip verhinderd bent, vragen wij u dit zo snel mogelijk te melden op het secretariaat chirurgie T 0187 60 71 05 of 60 71 04.

Uw afspraak

Een eerste afspraak maken

Voor een eerste afspraak heeft u een verwijzing van de huisarts of andere medisch specialist nodig. Voor bloedprikken hoeft u geen afspraak te maken. Veel afspraken zijn ook online te maken via het
PatiëntenPortaal.

Een vervolgafspraak maken of een afspraak wijzigen

U kunt ook uw vervolgafspraak gemakkelijk zelf plannen of een afspraak wijzigen via uw persoonlijk PatiëntenPortaal; mijn.vanweelbethesda.nl. Lukt het niet om uw afspraak digitaal te plannen en wilt u liever één van onze medewerkers spreken? Neem dan telefonisch contact op met het betreffende specialisme via het Afsprakenbureau op 0187 60 23 55. De poliklinieken zijn op werkdagen van 8.30-12.30 en 13.30-16.30 uur bereikbaar.

Meer informatie

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Kijk dan in uw persoonlijk PatiëntenPortaal, op onze website of vraag het aan uw zorgverlener via de BeterDichtbij app of telefonisch.

PatiëntenPortaal

Op ons PatiëntenPortaal mijn.vanweelbethesda.nl kunt u terecht voor veilige toegang tot uw medisch dossier, persoonlijke gegevens, het maken en inzien van afspraken en voorlichting over uw aandoening en/of behandeling. Het portaal is toegankelijk met behulp van uw DigiD.

BeterDichtbij app

Met de gratis BeterDichtbij app heeft u eenvoudig en veilig contact met uw eigen arts of andere zorgverlener. Wanneer uw e-mailadres en uw mobiele telefoonnummer correct geregistreerd zijn in ons systeem, ontvangt u na het maken van uw eerste afspraak een uitnodiging voor deze app.

Hulp nodig bij het PatiëntenPortaal of BeterDichtbij?

Neem contact op met de Digihulp van CuraMare via digihulp@curamare.nl of 0187 89 10 10 (tijdens kantooruren).

Vergoeding van uw zorgkosten

Niet alle zorg in het ziekenhuis wordt vergoed door uw zorgverzekeraar. U betaalt ook altijd de hoogte van uw eigen risico. Vraag vooraf bij uw zorgverzekeraar of uw behandeling in ons ziekenhuis vergoed wordt.


Foldernummer: E21
Laatst bijgewerkt op: 15-11-2022




Gerelateerde informatie:

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien