Logo Het Van Weel-Bethesda Ziekenhuis.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst
Klik op deze knop om uit de preview mode te gaan.Verlaat preview

PiMS folder informatie logo

Gynaecologie
Verloskundig Centrum CuraVita

De TVT-operatie voor de behandeling van stressincontinentie

De TVT-operatie voor de behandeling van stressincontinentie

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

U heeft last van incontentieklachten en uw arts heeft besloten om een operatie voor te stellen. Het doel van deze operatie is om urineverlies bij inspanning, zoals hoesten, niezen of sporten, te verhelpen. Dit wordt gedaan door het plaatsen van een transobuturator tape (TOT), een speciaal bandje dat de blaas ondersteunt. Houd er rekening mee dat de situatie in uw geval anders kan zijn dan beschreven in deze folder.


Wat is inspanningscontinentie?

Inspanningsincontinentie is het ongewild verliezen van urine bij bepaalde lichamelijke activiteiten, zoals tillen, hoesten, niezen of sporten. Dit wordt ook wel stressincontinentie genoemd, waarbij ‘stress’ verwijst naar de plotselinge drukverhoging in de buik, bijvoorbeeld door het aanspannen van de buikspieren. Het verlies van urine gebeurt zonder dat u aandrang voelt.


Hoe wordt de diagnose gesteld?

De arts (uroloog of gynaecoloog) stelt de diagnose 'stressincontinentie' op basis van uw klachten, lichamelijk onderzoek en het invullen van een plasdagboek. Ook kan u gevraagd worden met een volle blaas te komen zodat we u op een speciaal toilet met ingebouwd metertje kunnen laten plassen. Op deze manier kunnen we de kracht van de straal meten.

In sommige gevallen zijn aanvullende onderzoeken nodig. Bij deze onderzoeken wordt de functie van de blaas en het sluitingsmechanisme onderzocht. Ook is het mogelijk de blaas van binnen te bekijken met speciale instrumenten. Uw arts zal dit met u bespreken als het nodig is. Meestal vragen we u om enkele dagen een plasdagboek bij te houden (mictielijst). U beschrijft hierin wanneer u plast, hoeveel u plast, hoeveel en hoe vaak u iets drinkt en op welke momenten u urine verliest.

Behandeling

Stressincontinentie wordt vaak veroorzaakt door verzwakte bekkenbodemspieren. Bij milde gevallen van urineverlies is het verstevigen van de bekkenbodemspieren de eerste behandelingskeuze. Deze behandeling wordt uitgevoerd door een geregistreerde bekkenfysiotherapeut in uw regio. U krijgt hiervoor een verwijzing. Deze behandeling is dan gericht op versteviging van de bekkenbodem (fysiotherapie, elektrostimulatie, biofeedback).

Als deze behandelingen niet geschikt of effectief zijn, kan een operatie de beste oplossing zijn.



Wat is een TVT-operatie?

De TVT-operatie werd in 1995 in Zweden ontwikkeld en wordt in Nederland steeds vaker uitgevoerd.

Net als bij andere operaties voor deze klacht is het doel het afsluitmechanisme van de blaas te verstevigen. In vergelijking met andere operaties is deze operatie weinig belastend. De kans is groot dat de klachten verbeteren. Bij de operatie wordt de urinebuis, die voor een optimale functie een stevige onderlaag nodig heeft, aan de onderzijde voorzien van een draagbandje. Daardoor stroomt de urine minder makkelijk ongewenst weg uit de blaas.

Dit bandje is gemaakt van fijngeweven kunststof dat niet oplosbaar is.

Hoe verloopt de TVT-operatie?

De operatie wordt uitgevoerd in de operatiekamer en kan onder narcose, met een ruggenprik of met een kortwerkend slaapmiddel en plaatselijke verdoving plaatsvinden.

De arts brengt het bandje via de vagina in en plaatst het achter het schaambeen, net boven de huid. Het bandje wordt niet vastgemaakt, maar het heeft door de weerstand voldoende grip en groeit snel vast in de omliggende weefsels. Tijdens de operatie wordt gecontroleerd of er geen schade aan de blaas of urinebuis is opgetreden. Dit gebeurt met een speciaal kijkinstrument.

Om infecties te voorkomen, krijgt u tijdens de operatie antibiotica. Als u allergisch bent voor bepaalde antibiotica, meldt dit dan vooraf aan uw arts.

Resultaten

De kans dat uw urineverlies volledig verdwijnt na de operatie is ongeveer 85%. Bij 8% van de vrouwen vermindert het urineverlies duidelijk, maar zij zijn nog niet volledig droog.

Bij 6% van de vrouwen heeft de operatie geen effect. Houd er rekening mee dat de operatie geen garantie op succes biedt.

Voorbereiding

Als u bloedverdunnende medicijnen gebruikt, meldt u dit dan vooraf aan de arts. Deze medicijnen moeten mogelijk tijdelijk worden stopgezet voor de operatie.



Opname

U ontvangt bericht over de dag van de operatie en de plek waar u zich nuchter moet melden.

Direct na de operatie kunt u pijn voelen in het operatiegebied. Dit kunt u verlichten met pijnstillers.

De verpleegkundige op de afdeling meet nadat u heeft geplast of de blaas voldoende is leeg geplast. Soms lukt het plassen niet direct of u kunt de blaas niet voldoende leeg plassen. U wordt dan geleerd hoe u zelf de blaas kunt legen met een klein kathetertje. De ervaring leert dat binnen enkele dagen tot weken u weer normaal kunt plassen zonder dat u zichzelf moet blijven katheteriseren.

Het wondje in de vagina veroorzaakt na de operatie een paar dagen wat bloedverlies en/of bloederige afscheiding. De eerste dagen kunt u paracetamol nemen tegen de pijn.

Na de operatie

In de eerste weken na de operatie is het belangrijk om zware inspanningen te vermijden, zoals tillen, hoesten of persen. Ook moet u constipatie voorkomen.

Tillen en sporten: Vermijd zwaar tillen en intensief sporten in de eerste vier weken om het herstel niet te belemmeren. Lichtere werkzaamheden, zoals koken of afwassen kunt u geleidelijk weer gaan doen. Na vier weken mag u weer beginnen met sporten. De eerste drie maanden moet het tillen van meer dan 10kg vermeden worden. Luister naar de signalen van uw lichaam en ga niet te snel te veel doen.

Ontlasting: Houd uw ontlasting de eerste zes weken zachter dan normaal om te voorkomen dat het operatieterrein wordt belast. Vezelrijke voeding, voldoende drinken (minimaal 2 liter per dag) en beweging helpen hierbij.

Roken: Stop bij voorkeur met roken, omdat dit het herstel kan vertragen en het risico op infecties verhoogt.

Bekkenbodemoefeningen: Begin na een tot twee weken met bekkenbodemoefeningen, als dit met uw arts is afgesproken.



Vaginaal bloedverlies: Het is normaal om de eerste twee weken na de operatie wat bloedverlies of afscheiding te ervaren. Gebruik geen tampons, maar spoel de buitenkant van de vagina twee keer per dag met water. Het bloedverlies wordt langzaam minder en gaat vaak over in bruinige of gelige afscheiding. De hechtingen in de schede lossen vanzelf op. Ze kunnen tot ruim zes weken na de operatie vanzelf naar buiten komen.

Douchen en baden: Douchen mag altijd, maar wacht met baden tot het bloedverlies gestopt is.

Seksualiteit: Vermijd de eerste vier weken na de operatie geslachtsgemeenschap (penetratie) om het litteken goed te laten genezen. Als u seksuele problemen ondervindt, aarzel dan niet om met uw arts te overleggen.

Fietsen en autorijden: Na ongeveer vier weken mag u weer beginnen met fietsen, mits uw concentratie en conditie het toelaten. Het zitten op het zadel kan nog wel wat ongemakken geven. U mag autorijden zodra u zich er zelf weer veilig bij voelt, meestal is dit na een tot twee weken. Het is verstandig de eerste keren geen grote afstanden te rijden en niet alleen te gaan. Vaak vergoedt uw autoverzekering eventueel gemaakte schade in de eerste weken na de operatie niet. U kunt dit navragen bij uw verzekering.

Ziekteverlof: Het is te adviseren om twee weken ziekteverlof in te plannen. Uw arts kan u hierin verder adviseren omdat dit afhankelijk is van uw werkzaamheden.

Mogelijke complicaties

Hoewel de operatie meestal goed verloopt, kunnen er enkele complicaties optreden. Het is belangrijk om te weten welke klachten normaal zijn en wanneer u contact moet opnemen met uw arts:

Blaasontsteking: Dit kan behandeld worden met antibiotica.

Plasklachten: Het komt voor dat spontaan plassen na verwijderen van de blaaskatheter niet meteen op gang komt. Dit komt doordat de blaas zich moet aanpassen aan de nieuwe situatie. Meestal wordt dit veroorzaakt door lokale zwellling rondom de plasbuis of door pijn. In bijna alle gevallen komt na enkele dagen tot weken het plassen spontaan op gang. Soms dient tijdelijk gekatheteriseerd te worden om ervoor te zorgen dat de blaas zich kan legen. Bij enkele vrouwen (minder dan 1%) blijft deze klacht bestaan. Als de problemen met plassen blijven bestaan, zal de arts andere opties met u bespreken.

Verhoogde aandrang tot plassen: Het kan zijn dat u last krijgt van een verhoogde aandrang tot plassen. Hierdoor is het soms lastig om de urine op te houden en ontstaat een nieuwe vorm van incontinentie: aandrangincontinentie. Meestal is dit tijdelijk, een enkele keer ook niet. Het is een complicatie die ook bij andere incontinentieoperaties voorkomt. Deze klachten kunnen (tijdelijk) worden bestreden met medicatie.

Schimmelinfectie: Door het antibioticum dat u tijdens de operatie krijgt, ontstaat soms een vaginale schimmelinfectie. U merkt dit door jeuk en soms is ook het plassen is pijnlijk. Vraag de (huis)arts om een medicijn. Spoel zo nodig tijdens het plassen met water uit een fles, zodat het plassen minder pijnlijk is. Voorkom dat u de urine te lang ophoudt.

Bloeding: Soms komt er een bloeding achter het schaambeen, maar dit stopt vaak vanzelf.

Ongemak: Soms wordt het bandje na verloop van tijd zichtbaar in de vagina. Soms weken, maanden of jaren later. Soms krijgt uw partner last tijdens gemeenschap of u voelt zelf een oncomfortabel gevoel in de vagina. Soms is er bloederige afscheiding vanuit de vagina. Neemt u contact op met de arts om na te denken over een oplossing.

Controle na de ingreep

Twee weken na de operatie neemt het ziekenhuis telefonisch contact met u op. Na zes weken volgt een nacontrole bij uw arts. Indien gewenst kunt u deze controle telefonisch laten plaatsvinden.

Wanneer moet u contact opnemen?

Neem contact op met uw arts bij koorts, hevige pijn, bloedverlies of wanneer u niet goed kunt plassen. Buiten kantoortijden kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp.

Meer informatie

Voor meer informatie kunt u de volgende websites raadplegen:



Vragen over uw operatie

Heeft u vragen over de planning van uw operatie? Neem dan contact op met de OK planners via 0187 - 607 627 op werkdagen van 7.30 tot 16.30 uur.

Uw afspraak

Een eerste afspraak maken

Voor een eerste afspraak heeft u een verwijzing van de huisarts of andere medisch specialist nodig. Voor bloedprikken hoeft u geen afspraak te maken. Veel afspraken zijn ook online te maken via het PatiëntenPortaal.

Een vervolgafspraak maken of een afspraak wijzigen

U kunt ook uw vervolgafspraak gemakkelijk zelf plannen of een afspraak wijzigen via uw persoonlijk PatiëntenPortaal; mijn.vanweelbethesda.nl. Lukt het niet om uw afspraak digitaal te plannen en wilt u liever één van onze medewerkers spreken? Neem dan telefonisch contact op met het betreffende specialisme via het Afsprakenbureau op 0187 60 23 55. De poliklinieken zijn op werkdagen van 8.30-12.30 en 13.30-16.30 uur bereikbaar.

Meer informatie

Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Kijk dan in uw persoonlijk PatiëntenPortaal, op onze website of vraag het aan uw zorgverlener via de BeterDichtbij app of telefonisch.

PatiëntenPortaal

Op ons PatiëntenPortaal mijn.vanweelbethesda.nl kunt u terecht voor veilige toegang tot uw medisch dossier, persoonlijke gegevens, het maken en inzien van afspraken en voorlichting over uw aandoening en/of behandeling. Het portaal is toegankelijk met behulp van uw DigiD.

BeterDichtbij app

Met de gratis BeterDichtbij app heeft u eenvoudig en veilig contact met uw eigen arts of andere zorgverlener. Wanneer uw e-mailadres en uw mobiele telefoonnummer correct geregistreerd zijn in ons systeem, ontvangt u na het maken van uw eerste afspraak een uitnodiging voor deze app.

Hulp nodig bij het PatiëntenPortaal of BeterDichtbij?

Neem contact op met de Digihulp van CuraMare via digihulp@curamare.nl of 0187 89 10 10 (tijdens kantooruren).



Vergoeding van uw zorgkosten

Niet alle zorg in het ziekenhuis wordt vergoed door uw zorgverzekeraar. U betaalt ook altijd de hoogte van uw eigen risico. Vraag vooraf bij uw zorgverzekeraar of uw behandeling in ons ziekenhuis vergoed wordt.



Foldernummer: B30
Laatst bijgewerkt op: 21-11-2025




Gerelateerde informatie:

Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien